Gedicht Gerrit Kouwenaar uit Schrijf-taal, dichters en hun handschrift
Mijn beste gedicht
Op verzoek stelt het Literair Café Venray-regio zijn website en deze rubriek open om mensen - jong en oud - hun beste gedicht te laten delen met anderen.

Het betreft zijn/haar gedicht van dat moment.

Bedoeling is dat het betreffende gedicht een half jaar in deze rubriek prijkt.
Het kan en mag dan - en eventueel ook eerder - door een nieuw gedicht worden vervangen.

Schroom niet en mail uw beste gedicht naar
website@literair-cafe-venray.nl
Volg het voorbeeld van de jeugdige initiatiefneemster !
Brandend verlangen
  Een hete dag in het Sahara zand
Als een nomade, verdwaald op dit parelwitte strand
Mijn trektocht van brandend verlangen vindt geen rust
naar die heldere oase, het is een must

Een passievrucht vol uiterlijk schoon aan de horizon
een heldere stem die daar voor mij zong
een lokmiddel naar een onbeschrijfelijke schoonheid
nog voor ik haar kon aanschouwen, was ik haar al kwijt...
Een slok van de borrel en zij verdween,
het was slechts een hersenspinsel, een verschijning
die zojuist voor mij verscheen...

mei 2008

Adriaan van Mullekom (* 1990), Leunen

Zodra de wereld verdwijnt
 

Als een zandloper
Korreltje voor korreltje
De tijd tikt onverschillig door
Is er een moment, waarop dit stopt?

Als een zandloper,
Korreltje voor korreltje
Steeds een stapje dichterbij
Een stapje, naar een wereld van perfectie

Als een zandloper,
Korreltje voor korreltje
Wachtend tot de korrels op zijn
Wachtend, tot het stopt

Als een zandloper
De laatste korrel is gevallen
De laatste loodjes zijn gelegd
En met een klap, is alles weg.

Perfectie is geboren
De zandloper verdwijnt
Zijn laatste taak volbracht
De wereld is verlost

Verlost, van zichzelf.
Want een perfecte wereld,
Is een wereld
Die niet bestaat.

november 2007

Lotte Weerts (13 jaar), Venray - Raaylandcollege
voor 'echt' (opbouwend) commentaar lotte_weerts@hotmail.com

Herfst
 

Verlatenheid kreunt door het woud
Stekelige bruine schillen
Liggen broederlijk naast elkaar
Als jonge levenloze egeltjes
Met gebarsten buikjes
De kastanjeboom wuift
Met groengele wimpels
Aangemoedigd door een bries
Die een kou heeft gevat

Een dominospel van dorre dode takken
Opgedrukt door gespierde zwammen
Hunkerend naar licht
Rood van inspanning
Uit hun witte vel gesprongen
Een levend kerkhof

Langs donkere, stramme stammen
Snijden zonnestralen
Als lichtende messen
Ze verdwijnen in de matblauwe regenjasjes
Van glunderende bosbessen

Verstomd staart het terras mij aan
Door een masker van dennennaalden
De grijze bank strekt zijn armen uit
Naar de verroeste benen van de smeedijzeren tafel
Hurkend op het gegroende blad
Lijkt een witte stenen kip te broeden
In kille, klamme eenzaamheid

Vogels in de lente geboren,
Herrezen uit hun pubertijd,
Vliegen zoekend naar insecten
Hun kinderwijsjes zijn zij vergeten
De ouden hebben het kroost verloren
Onwennig schijnen zij te staren
In de koude, helder blauwe lucht
Die de verslagen somberheid verlicht
Als van warme kruidenthee,
Verraadt dampende adem
De roerloze silhouet van een ree

Huppelend verdwijnen twee konijnen
Na een spiedende rechtopstand
Tussen het alles verhullend kreupelhout
Nageoogd door een vervallen schuur
Met een bladermuts en roodomrande ramen

Even, in de ineengekrompen stilte,
Meen ik de stem van de herfst te horen
Of was het een winterse diepe zucht
Van het vermoeide, inslapende woud
Dat zijn paradijselijke tooi heeft afgelegd
En als een deken heeft uitgespreid
Over zijn bed
Het woud, dat zijn rust gevonden heeft
Zwijgt
In alle dalen

herfst 2007

John van Kleef (1946) - Venray

Te lang
  Mensen in straten
Rennend voor hun leven
Vrouwen, kinderen, vader dood
Rennend, moe en nat bezweet
Rennen zij over de plek
Waar hun vader gister nog reed

Soldaten die tegen houden
Mensen voor hun neus
Kinderen meegenomen, vrouwen vermoord
Mensen niet begraven
Ik noem dit gestoord

Kinderen in kampen
Zonder ouders, helemaal alleen
Bang, dood en doodsbang
Ze kunnen niet slapen
Deze tijd duurt nu al te lang

januari 2007

Vera Morina (10 jaar) - Venray; obs De Landweert