De Schrijverskring Venray baart geen nieuwe Mulisch

Iedereen in Nederland kan schrijven, maar slechts een enkeling hoopt door te dringen tot het gebied dat literatuur genoemd wordt. Schrijven vergt veel oefening en een kritisch gehoor. In Venray is jong en oud talent verenigd in een schrijverskring, de enige in Noord-Limburg. De coach van de groep, de 76-jarige Jan Marlet, zoekt een jeugdiger opvolger.

Door Jacques Penris

'Je wilt iedereen toch laten horen welk kunstje je hebt geleerd', stelde twee weken geleden saxofonist Joep Hahn uit Meerlo op deze plaats. Dat geldt voor een deel ook voor de leden van de Venrayse schrijverskring. Allemaal schrijven ze een verhaal of een gedicht in de hoop dat anderen het lezen, begrijpen en waarderen.

Om de geproduceerde literatuur op te krikken tot aanvaardbaar niveau, richtte oud-secretaris Harrie Theunissen van de Literaire Kring Venray vier jaar geleden een schrijverskring op. Hij zocht Jan Marlet, oud-directeur van het voormalige psychiatrische ziekenhuis Sint Anna in Venray, aan om de leiding te nemen.
Dat was niet zomaar. Marlet is naast psychiater jaren publicist geweest. Hij schreef tien jaar lang columns in de Nieuwe Haarlemsche Courant en De Tijd/Maasbode over geneeskunde. Door dit werk heeft hij bijgedragen aan de popularisering van de psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg. Marlet deed aan medische journalistiek en schreef boeken over gezondheidszorg. Maar hij produceerde ook verhalen en essays, die voor een deel in tijdschriften zijn gepubliceerd.
De Venrayse schrijverskring telt acht personen, van wie Marlet als oudste 76 jaren telt, de jongste is net dertig. Een keer per kwartaal komen zij bij elkaar om elkaars werk te lezen en te beoordelen. Enkelen hebben de hoop dat hun verhalen of gedichten worden gepubliceerd. Tot de wereldliteratuur zal niemand waarschijnlijk doordringen, een nieuwe Harry Mulisch staat ook niet op. 'De kwaliteit van het werk van Mulisch is het veelvoud van mijn werk', oordeelt Marlet realistisch.
Niet iedereen van de schrijverskring wil op de voorgrond, wenst bekendheid, zegt Marlet. Sommigen vinden het gewoon leuk om met taal bezig te zijn, te spelen met woorden. Zij hoeven niet zonodig beroemd te worden. Al is een waardeoordeel van de buitenwacht heel belangrijk. 'Bekend worden, het zou leuk zijn, maar je schrijft er niet naar toe', aldus Marlet. Er is in de schrijverskring dan ook nooit overwogen om tot een gezamenlijke publicatie van verhalen of gedichten te komen. Leden van de schrijverskring hebben wel, geheel op eigen titel, deelgenomen aan de schrijfwedstrijd De Raadselige Roos. Een enkele prijs was hun deel.
'Zeker, door te schrijven verbijzonder je jezelf in het collectief. Maar het is geen moeten, geen drijfveer. Journalisten, roman- en detectiveschrijvers zijn broodschrijvers, die willen en moeten schrijven om hun brood te verdienen. Bij ons worden de meesten bewogen door het plezier in het spelen met de taal', zegt Marlet.
Schrijven is zoeken naar woorden, zoeken naar de juiste term en de juiste omschrijving van je gedachten. In de schrijverskring worden woorden, zinnen, hoofdstukken gewikt en gewogen. De leden wijzen elkaar op fouten, op overdaad aan woorden en al te sterke superlatieven in het taalgebruik, op duizend-en-een andere uitdrukkingsmogelijkheden. De kritiek is niet bedoeld om te verpletteren, maar om de kwaliteit te verheffen, benadrukt de coach. Hebben die discussies effect gehad, is het niveau gestegen? Marlet: 'Er is geen individuele meting aan de hand van objectieve maatstaven. Maar uit het plezier, de ijver en animo van de leden leid ik af dat iedereen baat heeft bij de kritische opmerkingen. De schrijverskring leeft.'
Marlet geeft als leider van de kring geen 'eindoordeel' over de werkstukken van de leden. 'Ik ben er alleen maar om het klimaat in de gaten te houden: de scherpe kantjes halen van de kritiek, die immer opbouwend moet zijn. Ik stel mijn ervaring ten dienste van de groep en zorg ervoor dat wat we hebben afgesproken, ook wordt gedaan en uitgevoerd.'
Marlet vindt dat coachen een zeer plezierige zaak. Hij wil het ook nog wel doen tot hij een opvolger heeft gevonden. 'Maar een schrijverskring moet niet een stempel opgedrukt krijgen door iemand die al 75 is geweest', vindt hij zelf. Vandaar dat hij zijn terugtreden heeft aangekondigd.

(uit Dagblad De Limburger, vrijdag 30 maart 2001)